Trui Demarcke

Kunstenaar

trui.demarcke@hotmail.com

Kamershoek 79, 9240 Zele
T: 052/ 44 90 25 M: 0472/ 80 60 43

member of Design Vlaanderen

About

De techniek van de assemblage is kenmerkend voor het textielwerk van Trui Demarcke. Onder de naam FIL & BAUKIS ontwerpt ze sjaals, blouses en ander textiel. Die naam roept automatisch reminiscenties op aan het door Ovidius in zijn Metamorfosen beschreven verhaal van Philemon en Baukis. Dat echtpaar werd door de goden beloond omwille van hun gastvrijheid en liefdestrouw: hun huis veranderde in een tempel en het echtpaar veranderde bij hun dood in een eik en een linde, waarvan de stammen in elkaar verwikkeld waren. Ook bij Trui Demarcke is alles verbonden en verweven met elkaar. Stukken zijde worden samengevoegd met wol, verschillende motieven en patronen wisselen met elkaar af. Abstractie gaat hand in hand met concrete vormen en motieven.

Het hedendaags textiel van FIL & BAUKIS draagt onmiskenbaar de persoonlijke stempel van Trui Demarcke: haar visie en de manier waarop diverse stukken en kleuren met elkaar gecombineerd worden, zijn direct herkenbaar. Transparante en gesloten weefsels worden gecombineerd: op die manier komen het onthullen- verhullen op een subtiele manier aan bod. Stukken van een kimono worden samengevoegd met zelf ontworpen prints. De kleurenrijkdom en de pracht van de telkens weer unieke stukken springen in het oog.

Naast de utilitaire functie (de sjaals en blouses zijn namelijk in de eerste plaats gemaakt om gedragen te worden) bezit het werk ook een artistiek en esthetisch oogmerk. De materialen, kleuren en composities vullen elkaar niet alleen aan maar versterken elkaar soms in gewaagde combinaties. Zacht en krachtig tegelijk. Verleidelijk en bereid om geen concessies te doen.

Het creëren van het textiel geschiedt in het atelier met het materiaal als uitgangspunt. De kleuren fungeren als verf en taal om er een sensualiteit en gevoeligheid aan te geven.

In een van zijn aantekenboekjes heeft Proust geschreven dat zijn roman A la recherche du temps perdu vergeleken kan worden met het klaarmaken van ‘boeuf à la mode’: het vlees wordt in een afgesloten pan gebraden zodat er geen enkel aroma, geen enkel sap verloren gaat; iets waar de Fransen de zeer treffende uitdrukking ‘boire son jus’ voor hebben. Proust vergeleek de daad van het creëren dan ook met het raffinement van het langzame stoven, waarbij groenten en kruiden worden toegevoegd zodat het vlees een spons wordt waarin alles wordt opgenomen. Op die manier ontstaat er een geheel dat meer is dan de afzonderlijke delen, elk op zich, waaruit het bestaat, en komt er een herleefde, doorleefde innerlijke werkelijkheid tot uiting. Het textiel van Trui Demarcke draagt deze adem ook alsof stof gebruikt kan worden om een ‘boeuf à la mode’ van textiel te maken.

Inge Braeckman


Zachte revolte tegen de voorspelbaarheid

‘Die ununterbrochene Nachricht, die sich aus Stille bildet’ Rainer Maria Rilke

Het picturaal en sculpturaal oeuvre van Trui Demarcke is een zachte revolte tegen de voorspelbaarheid van object, kleur en vorm. De natuurlijkheid waarmee haar werken zijn gemaakt, is essentieel en als het ware logisch en evident; zoals een onuitwisbaar spoor in het landschap verankeren de werken zich in het materiaal waaruit ze tot leven worden gewekt. Organische, natuurlijke vormen worden nu eens uit het materiaal zelf tevoorschijn gehaald, dan weer opgewekt en geschapen door stukken bij elkaar te voegen of weg te halen. Dat zorgt voor de paradox van tegelijk het wegsteken van het beeld en het laten tevoorschijn treden van het aanwezige beeld uit de materie. Daarbij wordt niet alleen de kleur, de textuur van dat materiaal benadrukt, maar ook de vergankelijkheid of broosheid ervan, zoals we bijvoorbeeld bij een stuk uitgerafeld stof bemerken. Een op het eerste gezicht lijkende fout of onvolmaaktheid is er nooit één bij Trui Demarcke maar is steeds onmisbaar om tot het uiteindelijke en ‘ultieme’ beeld te komen.

Opmerkelijk in haar oeuvre is dat het beeld zelden eenduidig is. Picturale werken gemaakt van stof, hout of krijt krijgen niet zelden een sculpturaal aura en sculpturale werken worden vaak als een schilderij behandeld. Krijt-kaolienlagen op hout gedragen zich als een poreuze huid waardoor de kleuren als het ware naar binnen worden gezogen. Mat en glanzend wisselen elkaar af. Een nu eens nadrukkelijke transparantie die de gelaagdheid onderlijnt, alterneert met meer ondoordringbare werken. Maar diepte en gelaagdheid zijn prominent aanwezig – iets wat letterlijk onderlijnd wordt door bijvoorbeeld gebruik te maken van de leporellotechniek. De plooien van deze techniek breken enerzijds het beeld, maar zetten het anderzijds ook verder alsof het beeld zich tot in een oneindigheid zou kunnen verder plooien en herhalen. ‘Wat men insluit, breidt zich uit.’ De plooien van het papier zijn als de plooien van stof.

Als een onophoudelijke adem geneert het ene werk het andere.

De harmonie tussen ambacht en kunst, de symbiose tussen artistieke expressie en ambachtelijke werkwijzen zijn constanten in dit oeuvre. Alles wordt in het atelier met de hand gemaakt. Nu eens regeert een visuele, sensuele kleurenrijkdom dan weer een zwart-wit universum. De tactiliteit en subtiliteit van het gebruikte materiaal gaan hand in hand.

Sommige vormen beschouwt ze als ‘restvormen’ die ontstaan zijn uit het wegknippen van het patroon uit het papier. Een kimonomantel kan als vertrekpunt dienen. Twee vilten lappen stof worden met krijt bij elkaar gebracht. Lijnen transmuteren. Een stuk zijde wordt heel beweeglijk in het kader gevat. Wat onzichtbaar achter het beeld verscholen ligt, is van even groot belang als wat zichtbaar is. Sporen onthullen steeds wat er gebeurd is.

Inge Braeckman


Gentle Revolution against Predictability

‘Die ununterbrochene Nachricht, die sich aus Stille bildet’ Rainer Maria Rilke

Trui Demarcke’s pictorial and sculptural oeuvre is like a gentle revolt against the predictability of object, colour and shape. The naturalness with which the works have been made, is essential and as it were logical and evident; like an indelible trace in the landscape the works anchor themselves in the material that has brought them to life. Now organic, natural shapes are extracted from the material itself, now they are generated and created by fitting together or removing fragments. This results in a paradox: the image is made to disappear, while at the same time the image present in the material is made to appear. In this process not only the colour and texture of the material are emphasized, but so is its ephemeral character or its frailty, as can be seen for example in the case of a piece of frayed fabric. What may seem at first sight a flaw or an imperfection, actually never is in Demarcke’s work—it is always an essential element to create the final and ‘ultimate’ image.

What strikes us in Demarcke’s oeuvre, is the fact that only rarely the image is unambiguous. Pictorial works, made of fabric, wood or chalk, often acquire a sculptural aura and sculptural works are often approached as if they were paintings. Layers of chalk and kaolin on wood behave as if they were a porous skin through which the colours are as it were absorbed. Matt and gloss alternate. An emphatic transparency that accentuates the layeredness alternates with more impenetrable works. But depth and layeredness are prominently present, which is literally underlined by for example the use of the leporello technique. The folds used in this technique fragment the image, but on the other hand they also extend it, as if the image could fold and repeat itself endlessly.. ‘What we incorporate, expands.’ The folds of the paper are like pleats in a fabric.

Like a continuous breath, one work generates the other.

The harmony between handicraft and art, the symbiosis between artistic expression and traditional methods of working, are constants in this oeuvre. Everything is hand-made in the artist’s studio. Now rules a visual, sensually rich palette of colours, now a black and white universe. The tactility and subtlety of the material used go hand in hand.

Some of the shapes she considers to be ‘residual shapes’ that are the result of cutting the pattern from the paper. A kimono may serve as the point of departure. Two pieces of felt fabric are linked with chalk. Lines transmute. A piece of silk is caught in the frame, free to move. What is invisibly hiding behind the image, is no less important than what is visible. Traces invariably reveal what has happened.

Inge Braeckman